Identificeren & Casefinding

Identificeren van patiënten

Het opsporen van patiënten kan via casefinding of via screening (identificeren). Bij een populatie waar patiënten reeds in kaart zijn gebracht, kan worden gekozen uitsluitend actief te kijken naar nieuwe gevallen (casefinding)

De identificatie van uw astma-patiënten is het beginpunt van de organisatie van gestructureerde zorg".  


"U kunt uw astma-patiënten identificeren door een uitdraai te maken van uw patiënten met:

  • ICPC-code R96  (diagnose "astma")
  • ICPC-code R96.01  (deze code is vervallen en stond voor "hyperreactiviteit luchtwegen")
  • ICPC-code R29.02 (diagnose "onrustige luchtwegen")
  • ATC-codes medicatie
    • B-mimetica (R03 AC en AK)
    • Inhalatiesteroïden (R03BA)
    • Parasympaticolytica (R03BB)
    • Theofylline derivaten (R03DA)
    • Frequent gebruik of herhalen van codeïne (R05DA04)
  • Of een combinatie hiervan

Voorts gaat u zorgvuldig na bij welke patiënten de diagnose astma terecht gesteld is en bij welke patiënten nog aanvullende diagnostiek moet gebeuren.

Casefinding

Astma

  • Tijdens spreekuur patiënten met klachten van piepen, kortademigheid en hoesten tijdens en na lichamelijke inspanning, rokers verwijzen voor spirometrie. 
  • Bij het frequent aanvragen van herhaalrecepten van kortwerkende b2-sympathicomimetica, of het uitsluitend aanvragen van langwerkende b2-sympathicomimetica, deze patiënten uitnodigen op het spreekuur