Diagnostiek

Diagnostiek Astma

Astma wordt gekenmerkt door aanvalsgewijs optredende, geheel of gedeeltelijk omkeerbare luchtwegvernauwing en de aanwezigheid van bronchiale hyperreactiviteit met als pathologisch substraat een chronische ontstekingsreactie. Kernsymptomen zijn piepen en dyspnoe in de anamnese. Klachten als hoesten en moeheid zijn algemene klachten en komen bij astma wel frequent voor, maar zijn minder specifiek voor de diagnose.

Bij volwassenen vormt de combinatie van anamnese, lichamelijk onderzoek en het (herhaald) uitvoeren van longfunctieonderzoek op het moment van klachten teneinde een omkeerbare luchtwegvernauwing te kunnen aantonen de standaard manier voor het stellen van de diagnose. Toegang tot het verrichten van spirometrie is daarom een eerste vereiste. De afwezigheid van omkeerbaarheid sluit astma echter niet uit.

Anamnese

Bij de anamnese wordt aandacht besteed aan de volgende onderdelen:

Aard en ernst van de klachten:

  • Piepende ademhaling, (duur van) hoesten, kortademig icm met piepen, recidiverend over een langere periode.
  • Mate van hinder klachten (frequentie klachten, beperkingen,  invloed op functioneren, werkverzuim)

Aanwijzing voor allergische prikkels:

  • Klachten die wijzen op allergische rinitis
  • Optreden of verergeren klachten in vochtige/stoffige omgeving
  • Seizoensgebonden; pollen van bomen, grassen en onkruiden
  • (Harige) dieren

Aanwijzing voor niet-allergische prikkels:

  • Persisterende klachten na luchtweginfectie
  • Klachten of verergering van klachten bij blootstelling aan koude/mistige of vervuilde lucht en luchtjes (parfum, huidverzorgingsproducten, bak/braadluchtjes, schoonmaakmiddelen)
  • Klachten van piepen, kortademigheid en hoesten tijdens of na lichamelijke inspanning
  • Temperatuursveranderingen of veranderingen in luchtvochtigheid
  • Emoties (positief en negatief)

Roken

  • Huidig of voormalig rookgedrag
  • Roken door anderen (gezinsleden, huisgenoten)

Voorgeschiedenis en Familie

  • Familieleden in de eerste graad met Astma
  • Frequente luchtweginfecties of periodes met hoesten, piepen of bronchitis
  • Atopische aandoeningen (constitutioneel eczeem < 6 jaar, allergische rinitis)
  • Verband met geneesmiddelen (aspirine, NSAID’s, bètablokkers, ACE-remmers)
  • Effect van in het verleden gebruikte medicatie voor luchtwegen 

Overig

  • Relatie van klacht met werk of hobby

Lichamelijk Onderzoek

Inspectie ademhaling

  • Mate van dyspnoe
  • Ademhalingsfrequentie
  • Gebruik van hulpademhalingsspieren
  • Inspiratietoestand van de thorax

Auscultatie longen

  • Letten op aanwezigheid verlengd expirium en expiratoir piepen
  • Bij ernstige dyspnoe de hartfrequentie

Ander lichamelijk onderzoek nav anamnese

  • Rhinitis / Conjunctivitis/ post-nasal drip
  • Eczeem
  • BMI

Aanvullend Onderzoek

Aanvullend onderzoek wordt verricht op het moment dat er aanwijzingen zijn voor Astma.

  • Spirometrie
  • Allergiologisch onderzoek
  • Indien nodig X-thorax
  • Proefbehandeling met kortwerkende bronchusverwijders

Aanvullend onderzoeken in de 2e lijn

Wanneer er een discrepantie is tussen de klachten en de bevindingen bij lichamelijk en/of aanvullend onderzoek is beoordeling door een longarts noodzakelijk. Ook wanneer je na een ½ jaar onvoldoende zekerheid over de diagnose hebt is een beoordeling door een longarts aan te bevelen. Een longarts zal veelal een histamine-provocatietest uitvoeren om meer zekerheid te geven over de diagnose.

  • 2e lijns spirometrie
  • Histamine provocatietest
  • Verdenking beroepsgerelateerd astma 

Diagnose

Astma is te typeren als een klinisch syndroom. Veelal is er sprake van een chronische ontstekingsreactie van de luchtwegen die gepaard gaat met de neiging van het luchtwegsysteem om sneller en heftiger te reageren op prikkels. 

De diagnose Astma wordt gesteld bij patiënten die periodiek klachten hebben van de kernsymptomen dyspnoe en/of piepen op de borst, mogelijk in combinatie met hoesten. Reversibiliteit bij de longfunctie na bronchusverwijding ondersteunt de diagnose Astma en is obligaat bij de diagnose van Astma bij patiënten met hoesten zonder dyspnoe of piepen op de borst. Op basis van de verkregen gegevens wordt bepaald of er gestart kan worden met de behandeling. Zie hiervoor de hoofdstukken zorgplan en behandeling.

Afwezigheid van obstructie en reversibiliteit (ten tijde van klachten) en een normale histamine- of methacholine-provocatietest maken de diagnose astma onwaarschijnlijk.

De diagnose astma wordt heroverwogen als de behandeling onvoldoende effect heeft. In het laatste geval dient onder andere ook gekeken te worden naar co-morbiditeit voordat een volgende stap in het behandelplan gezet kan worden.