Identificeren & Casefinding COPD

Identificeren van patiënten

 

Het opsporen van patiënten kan via casefinding of via screening (identificeren). Bij een populatie waar patiënten reeds in kaart zijn gebracht, kan worden gekozen uitsluitend actief te kijken naar nieuwe gevallen (casefinding).

De identificatie is het beginpunt van de organisatie van gestructureerde zorg. Het identificeren van je populatie patiënten is meestal niet meer noodzakelijk.

 

COPD

Begin met registratie in het HIS van rokers en/of hoesters.

Tips:

  • Bij griepvaccinatie aan laten kruisen of patiënt rookt
  • Bij inschrijf formaliteiten de rookvraag stellen
  • Poster in de wachtkamer.

 

Moet je je populatie nog volledig in beeld krijgen wordt geadviseerd het HIS van de praktijk te screenen op:

  • ICPC: R95.00
  • COPD roken (ICPC, ruiter, meetwaarde) en > 40 jaar
  • Een ruiter wordt echter in de meeste HIS-sen niet meer gebruikt
  • Afgelopen jaar inhalatiemedicatie (zoek op ATC code R03A; RO3BA; RO3BB; RO3CC; RO3DA;)
  • Besef dat COPD-ers mogelijk ten onrechte (alleen) als astmatici geregistreerd zijn.

Casefinding

 

COPD

Onder casfinding verstaan wij: tijdens spreekuur patiënten met chronisch hoesten, (ex)-rokers, ouder dan 40 jaar verwijzen voor een spirometrie. Het kan in korte tijd plaatsvinden en is daardoor weinig kostbaar en weinig belastend.

 

Zoek actief naar COPD bij patiënten: 

  • Ouder dan 40 jaar
  • Met relevante rookhistorie, (> 15 pakjaren, > 20 jaar roken)
  • Met luchtwegklachten (dyspnoe en/of hoesten)
  • Dan wel patiënten jonger dan 40 jaar met een hele forse rookhistorie.

 

InEEN heeft een set inclusiecriteria bij astma en COPD opgesteld. 

 

 

De oudere (80+) COPD-patiënt in zorgprogramma?

 

Bij het stijgen van de leeftijd neemt de kans op comorbiditeit bij COPD-patiënten toe. De ziektelast veroorzaakt door de COPD kan overschaduwd worden door de ziektelast ten gevolge van de comorbiditeit. 

 

Daarom heeft de CAHAG het volgende standpunt ingenomen ten aanzien van het includeren van 80+ patiënten in het zorgprogramma: 

  • Hoge leeftijd is op zichzelf géén reden iemand de zorg zoals afgesproken in het zorgprogramma te onthouden
  • Met name het gebruik van de ziektelastmeter kan een goede begeleiding bieden voor ouderen. Er hoeft vaak geen spirometrie meer te worden gemaakt
  • Indien de ervaren ziektelast ten gevolge van de aanwezige comorbiditeit groter is dan de ervaren ziektelast ten gevolge van COPD is zorg conform het zorgprogramma niet zinvol meer. Zorg dient dan op maat te geschieden
  • Comorbiditeit kan de zorg conform het zorgprogramma COPD onuitvoerbaar maken; in dat geval dient de patiënt uit de DBC geëxcludeerd te worden en zorg op maat geboden te worden.